Janpeter Muilwijk

Al op de kunstacademie begon ik met het tekenen en schilderen over mensen en hun relaties tot elkaar, tot de natuur en tot ‘God’.
In een tijd waarin fotografie en film zo sterk ontwikkeld zijn, zocht ik naar een schilderkunstige benadering van de werkelijkheid. Daarvoor heb ik slechts een geringe diepte nodig. De horizon is niet aanwezig, mijn figuren acteren in een toneelmatige setting waarin ik de werkelijkheid kan bevragen. 

Gaande de jaren is de inhoud van het werk zachter en spiritueler geworden. De onderwerpen zijn mij altijd zeer nabij. Datgene wat zich in mijn persoonlijke leven aandient heeft een zekere urgentie om bevraagd en verbeeld te worden. Omdat mijn ervaringen niet uniek zijn maar zich ook de aan de ander voordoen, krijgt het werk een meer algemene geldigheid. 

De ontvankelijke staat waarin ik mij probeer te begeven om een nieuw werk te kunnen maken, wordt in de laatste jaren steeds belangrijker. Waar het voorheen voor mij noodzakelijk was om een helder onderwerp te hebben voordat ik aan het werk kon, is nu het vertrouwen, de open houding en ontvankelijkheid het meest wezenlijk. Het plan is klein en impulsief en kan daardoor een eigen weg gaan. Ik ervaar steeds meer dat een werk zich daadoor aan mij openbaart en dat mijn handen slechts het middel zijn waardoor dat gebeurt.

De ervaring van het maken van lichtgevende schilderijen in een diep verdrietige periode in mijn leven heeft het belang van de taal van de kunst veel groter gemaakt. Het werk is niet meer de weerslag van een spiritueel denken, maar is dat in zichzelf. Daarmee ervaar ik bij het afronden van een nieuw werk nooit trots maar dankbaarheid.

Het werk brengt mij bij de geruststellende authenticiteit van de ziel. De kunst die ontstaat toont mij a.h.w. een zielentaal die voorbij het denken en verwoorden kan gaan. 

In deze tentoonstelling toon ik drie wandtapijten die ik in de stilte van een Italiaans atelier heb ontworpen. In het Textiellab van het Textielmuseum in Tilburg heb ik de stoffen in natuurlijke garens geweven en in de maanden daarop volgend heb ik de tapijten met handborduursel verrijkt en ze met zelf ontworpen stof gevoerd.

Gemaakt in diepe concentratie zijn de beelden mij overkomen. Ook de tekeningen (op ‘Miserere’ en ‘Gedicht’ na) openbaren allen iets van de ervaring van onze onvergankelijke staat, die zich in dit aardse leven al aan ons kan voordoen.

Daarmee krijgt de kunst voor mij als maker een steeds groter belang, ze verbreedt mijn menselijk bestaan en wijst mij, en soms ook anderen, de grote ruimte waarin wij ons kunnen en mogen begeven.

Janpeter Muilwijk
november 2021

janpetermuilwijk.com

Deelnemers KunstKamer najaar 2021
Ann van Hoey, Janpeter Muilwijk,
Onno Boerwinkel en Peter Hiemstra